Vragen die spelen
Waarom huilt mijn baby zo veel? Waarom gooit hij zijn hoofdje achterover?  Waarom leert hij niet gewoon kruipen?

Waarom valt mijn peuter zo vaak? Waarom is hij zo onhandig? Waarom is hij zo negatief en eigenzinnig?

Waarom past mijn kleuter zich zo moeilijk aan in zijn groep? Waarom is hij zo onrustig  of zo stil? Waarom tekent hij niet met plezier en heeft hij het moeilijk met knippen, plakken, scheuren ? Waarom kan hij thuis zo zoet spelen en vraagt hij op school zoveel aandacht met zijn gedrag?

Waarom kan mijn kind niet meekomen in de groep? Waarom heeft het faalangst en huilt het zo vlug?  Waarom is het zo weerloos en wordt het gepest? Waarom heeft het concentratieproblemen?

Met welke klachten kun je komen?

  • Overstrekking en veel huilen
  • Slaap-en eetproblemen,
  • Driftaanvallen, frustratie, vertraagde ontwikkeling
  • Hoofd en buikpijn
  • Gedrags- en contactproblemen
  • Aandacht -en leerproblemen, al dan niet gekoppeld aan onhandigheid.
  • Schoolangst en motivatieverlies.

Wat kunnen we voor uw kind betekenen?

Wij gaan uit van de bio- psychologische totaliteit van het kind in zijn of haar levenscontext.  Dit betekent dat wij kijken  hoe het kind de wereld om zich heen ziet op een niet bewuste manierHoe hij/zij  het werkveld om zich heen structureert en  hoe het kind in relatie met zijn omgeving handelt. Niets is fout. We zoeken naar het gelijk van het kind, hoe het tot een bepaalde gedragscontrole komt. Wij bezien hoe het kind via het lichaam de opdracht uitvoert om zo de interne structuren te begrijpen. Zo ontdekken wij de logica van het kind.

Vanuit het begrijpen van het kind, wordt het kind begeleid op zijn of haar eigen niveau. De begeleiding bestaat uit manuele technieken die een bijdrage leveren aan het optimaliseren van de lichaamsorganisatie door te werken aan:

  1. autonoom zenuwstelsel
  2. opbouw van de lichaamsas
  3. samenwerking tussen de hersenhelften
  4. organisatie van actie- en waarnemingsveld
  5. affectieve, emotionele tonusregulatie

Ad 1. Evenwicht tussen paraatheid/ actie en herstel/ rust. Lichaamsgevoel verhogen. Verbeteren van de proprioceptie waardoor de eigen waarneming verbetert ten aanzien van de houding en beweging. Dit is van groot belang in het contact maken met de leefwereld.

Ad 2. Daarbij kun je denken aan de organisatie van de lichaamsas met zijn 3 bewegingen. Buigen en strekken, draaien, zijwaarts bewegen naar links en naar rechts. Een goede integratie van de opgerichte lichaamsas geeft een sterke beveiliging. Dit geeft (zelf) vertrouwen en dynamische stabiliteit.

Ad 3. Deze samenwerking wordt gestimuleerd door specifieke technieken van bewegen. Dit gebeurt op de behandeltafel maar ook spelenderwijs met opdrachten en materialen.

Ad 4. De ontwikkeling van het waarnemingsveld is sterk gerelateerd aan de lichaamsorganisatie.  Wij richten ons op volgorde, oriëntatie in de ruimte en tijdsbeleving.

Ad 5. Spanning herverdelen. Stressverwerking optimaliseren. Spanning activeren om naar buiten te komen (e- motio).